OVERBUREN
Vanaf zijn woonkamer in IJmuiden-Noord, aan de IJmuiderstraatweg, kijkt Dirk Weidema al 54 jaar recht op Tata Steel. Over het Noordzeekanaal heen heeft hij een verbluffend uitzicht op stomende kooksfabrieken, rokende hoogovens, een pelletfabriek die met zijn zes schoorstenen aan één stuk door dikke wolken uitbraakt en schepen met steenkool en ijzererts.“Wat je niet ziet, daar heb je geen last van,” zegt hij. “Maar ik zie alles.”
Zwarte pluimen die traag omhoog trekken, het gesis van de blustorens, de geur van teer die in de gordijnen kruipt. “En dan zeggen ze dat het stoom is. Ja, ammehoela.”
Zwarte pluimen die traag omhoog trekken, het gesis van de blustorens, de geur van teer die in de gordijnen kruipt. “En dan zeggen ze dat het stoom is. Ja, ammehoela.”
In de buurt blijft “de staalfabriek” bijna heilig. Vrienden haakten af; online werd hij uitgescholden.
“Zoek een hobby,” zeiden ze tegen hem.
Hij haalt zijn schouders op.
“Dit is mijn hobby.”
Dan, zachter: “De meeste mensen willen het gewoon niet weten. Want als je het eenmaal weet, kun je niet meer wegkijken.”
“Zoek een hobby,” zeiden ze tegen hem.
Hij haalt zijn schouders op.
“Dit is mijn hobby.”
Dan, zachter: “De meeste mensen willen het gewoon niet weten. Want als je het eenmaal weet, kun je niet meer wegkijken.”