Dirk Weidema
Vanaf zijn woonkamer in IJmuiden-Noord, aan de IJmuiderstraatweg, kijkt Dirk Weidema al 54 jaar recht op Tata Steel. Over het Noordzeekanaal heen heeft hij een verbluffend uitzicht op stomende kooksfabrieken, rokende hoogovens, een pelletfabriek die met zijn zes schoorstenen aan één stuk door dikke wolken uitbraakt en schepen met steenkool en ijzererts.
“Wat je niet ziet, daar heb je geen last van,” zegt hij. “Maar ik zie alles.”
Zwarte pluimen die traag omhoog trekken, het gesis van de blustorens, de geur van teer die in de gordijnen kruipt.
“En dan zeggen ze dat het stoom is. Ja, ammehoela.”
Hij lacht schamper, maar de vermoeidheid en bitterheid klinken eronderdoor.
De fabriek blijft roken, maar binnenshuis werd het stil. Zijn vrouw werd ziek en stierf; zelf kreeg hij later ook kanker.
Toch blijft hij melden, schrijven, bellen.
“Ik doe wat ik zie. Ik meld het. En ik stop niet.”
Activisme als dagritme, tussen zorg en behandelingen door. Niet uit idealisme, zegt hij, maar omdat iemand het moet doen.
Op zijn computer staan tientallen mappen, ordelijk gerangschikt: correspondentie met de Omgevingsdienst, dwangsommen, rechtszaken, foto’s van zwarte wolken, filmpjes, rapporten.
Hij opent er één, schuift door de bestandsnamen.
“Ze kunnen niet zeggen dat het er niet is,” zegt hij zacht. “Ik heb het allemaal vastgelegd.”
Hij kent de regels beter dan menig ambtenaar.
“BBT-46 is glashelder,” zegt hij. “Ze moeten garanderen dat er géén rauwe ovens ontstaan. Niet proberen — garanderen.”
Een rauwe oven is een gitzwarte, giftige roetwolk uit een kooksfabriek. Vroeger waren er wel drie per dag, nu zijn ze verboden op straffe van sluiting.
Uitsluitend de verdienste van deze eenzame strijder. Het enige echte succes van al het milieuprotest, een verbod op de rauwe ovens, schuilt in deze kleine, krachtige man. Het verbod brengt heel Tata Steel IJmuiden aan het wankelen.
Sinds 2017 houdt hij alles bij: tijdstip, windrichting, kleur van de pluim. Sinds enkele jaren staat een loeischerpe camera van Frisse Wind op zijn dak, die zelfs in het donker elke overtreding feilloos vastlegt. De beelden worden live uitgezonden op YouTube.
Inmiddels is de Omgevingsdienst, die danig in zijn hemd stond toen al die flagrante overtredingen werden vastgelegd, ook met cameratoezicht begonnen. Greenpeace heeft de camerabeelden op een eigen website gezet: Spot de gifwolk.
Het regent sindsdien meldingen van overtredingen bij de Omgevingsdienst.
“Ze worden er gek van.”
Toch bleven de antwoorden van de Omgevingsdienst bij elke klacht lang voorspelbaar.
“Er wordt voldaan aan de voorschriften.”
“Alsof ze het kopieerden.”
Wanneer hij het zat is, dient hij een handhavingsverzoek in. Eerst werden die afgewezen. Totdat een gedeputeerde ineens het licht zag.
Sindsdien volgt de ene dwangsom op de andere — miljoenen euro’s aan boetes zijn ze verder.
“En toch gaan ze gewoon door,” zegt hij. “Omdat niemand ze durft stil te zetten.”
Hij ziet patronen.
Sprinklers boven de blusbaan, zodat de zwarte pluim neerslaat voordat iemand hem kan filmen. Camera’s die nét te laag hangen. Beelden die niet met de kritische buitenwereld gedeeld worden.
“De Omgevingsdienst zegt dat ze onderzoek doen,” zegt hij. “Maar ondertussen loopt alles door. Het is eindeloos pappen en nathouden.”
De vier blustorens spuwen elke tien minuten apocalyptische hoeveelheden stoom — “per ton zo’n 25 gram stof” — dat neerdaalt op auto’s, vensterbanken, tuintafels.
“En dan zeggen ze: we meten niks. Nee, als je meet waar de lucht schoon is, meet je niks.”
Zijn stem schiet even omhoog. Achter elk technisch detail schuilt irritatie.
“Ze weten het allang. Maar niemand durft zijn vingers te branden.”
Hij voelt zich vaak alleen in die strijd.
Blustoren van Kooksgasfabriek 1 (KGF-1), Tata Steel IJmuiden, 2025. In de kooksgasfabrieken wordt steenkool verhit om kooks te produceren voor gebruik in de hoogovens. Bij dit proces komen onder meer benzeen en andere schadelijke stoffen vrij. Metingen van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied lieten benzeenconcentraties zien tot twintig keer boven de toegestane norm.
In de buurt blijft ‘de Hoogovens’ bijna een heilige naam. Vrienden vielen weg, online werd hij uitgescholden.
“Zoek een hobby,” kreeg hij te horen.
Hij haalt zijn schouders op.
“Dit ís mijn hobby.”
Dan, zachter: “De meeste mensen willen het gewoon niet weten. Want als je het weet, kun je niet meer wegkijken.”
Onder de stapel papieren — en in de mappen op zijn scherm — ligt een overtuiging die niet verandert:
Het economisch belang gaat nog altijd boven gezondheid.
Niet omdat de inspecteurs niets willen, zegt hij, maar omdat het systeem zo is ingericht.
“Als een derde Last onder Dwangsom volloopt, moeten ze de vergunning intrekken. Dat is de wet. Maar dat durft niemand te doen, want dan ligt de kooksfabriek stil en daarmee het hele complex. Dus schuiven ze het door, net zolang tot 2030 als Tata zelf één kooksfabriek zegt te gaan sluiten.”
Toch wil hij de staalfabriek niet dicht.
“Tata hoeft van mij niet weg,” zegt hij. “Het moet gewoon schoner. En niet morgen, maar vandaag.”
Hij ziet dat er wat verbeteringen zijn — minder pluimen, beter afzuigen — maar te langzaam, te voorzichtig.
Waterstof is er nog niet, tussenoplossing aardgas als vervanger van steenkool wordt duur, en de fabriek hangt straks jarenlang aan het subsidie-infuus.
“De overheid en Tata houden elkaar in leven,” zegt hij. “En ondertussen ademen wij het allemaal in.”
Over het Groenstaalplan is hij nuchter.
“Mooi verhaal. Maar: eerst zien, dan geloven.”
Hij kijkt naar buiten, naar de rook die traag over het kanaal trekt.
“Er is niks veranderd,” zegt hij.
Dan, na een stilte:
“Ik doe wat ik zie. Ik meld het. En ik stop niet.”
Home