Wendy Nooitgedacht
Wendy Nooitgedacht is geboren en getogen in IJmuiden. Haar man werkt bij Tata Steel.
Wendy groeide op met de fabriek als horizon.
“Als kind vond ik het prachtig,” zegt ze. “We noemden het het Parijs van IJmuiden. Als we ’s avonds terugkwamen van vakantie en die zee van licht zagen, wist ik: we zijn thuis.”
Haar glimlach bij die herinnering verdwijnt snel.
“Nu kijk ik anders. Je wordt ouder, bewuster. Dan ga je je afvragen wat het eigenlijk allemaal brengt. Het is niet alleen goed, maar ook slecht.”
Haar man werkt al vijftien jaar als chauffeur op het terrein.
“Het is vies werk,” zegt ze, “maar ook mooi. Hij rijdt tussen die enorme installaties, dag in dag uit. Er is veel veranderd. De regels zijn strenger geworden, er wordt beter gecontroleerd. Toch blijft het een wereld op zichzelf.”
Ze begrijpt waarom mensen loyaal blijven aan het bedrijf.
“Als je opa er ook al werkte, als je gezin ervan leeft, dan is dat niet zomaar een baan. Het is een deel van wie je bent. Als iemand dan zegt dat Tata slecht is, voelt dat als een aanval op jezelf.”
Door de grote verbondenheid met het bedrijf sluiten de werknemers zich vaak af voor kritiek van buiten.
“Het zijn geen kwaadwillende mensen.
Ze willen gewoon zekerheid en een goed leven. Maar het is lastig als de buitenwereld alleen maar met de vinger wijst.”
Zelf houdt ze niet van harde woorden.
“Dat activistische schreeuwen, daar trek je muren mee op. Ik geloof meer in zachtere gesprekken. Aan een tafel, waar je elkaar echt hoort. Dat overtuigt mij meer dan een folder.”
Van de plannen voor groen staal heeft ze weinig gehoord.
“Het zit niet in mijn algoritme,” zegt ze met een korte lach. “Ik moet er echt naar zoeken. En dat is eigenlijk jammer. Een bedrijf dat zó groot is, zou veel beter moeten vertellen wat het van plan is. Niet alleen wat het kost, maar ook wat het oplevert. Dan begrijpen mensen het, of stellen ze vragen. Dan leeft het tenminste.”
Over de vervuiling spreekt ze met ingehouden bezorgdheid.
“Wij hebben een gunstige windrichting, hier valt het mee. In Wijk aan Zee hebben ze meer last. Die vervuiling is iets sluipends. Je merkt het niet van dag tot dag. Juist daardoor doen we allemaal alsof het wel meevalt.
Dat vind ik misschien nog het ergst.”
Als ze praat over de toekomst, schuift het gesprek langzaam naar de mensen om haar heen.
“De meeste mensen hier zijn niet met politiek of beleid bezig,” zegt ze. “Ze proberen gewoon rond te komen. En ondertussen beslissen anderen wat goed voor ze is.”
Ze vindt dat er te weinig geluisterd wordt naar de bewoners zelf, naar degenen die tussen fabriek en duin leven.
“Als je mensen niet meeneemt, praat je over ze, niet met ze.”
“De een wil werk, de ander schone lucht. Maar uiteindelijk wonen we allemaal onder dezelfde hemel.”
Home