Suzanne Klaassen
Het is middag, en we zitten in een klein kantoortje in het Stadhuis van Beverwijk. Buiten de deur is het bedrijvig: mensen lopen heen en weer, stemmen klinken in de gang, af en toe valt een deur dicht.
Suzanne Klaassen zit tegenover me, helemaal in het zwart gekleed — al voorbereid op de fotosessie na afloop. Naast haar zit een woordvoerder, stil en oplettend.
Op de kast achter haar ligt het rapport Wijmond van Urgenda en Gezondheid op 1, een alternatief toekomstplan voor de IJmond. Ze wijst er kort naar:
“Dat is waardevol werk. Het laat zien dat er meer mogelijkheden zijn dan mensen vaak denken.”
Klaassen is pas anderhalf jaar wethouder. Ze woont in Haarlem-Noord en komt van oorsprong uit de regio onder de rook van Schiphol, opgegroeid in de schroefwind van de startbanen.
Nu is ze in Tata-town Beverwijk verantwoordelijk voor Leefomgeving, Gezondheid én Economie. Tegenstrijdige belangen in één portefeuille, zo lijkt het.
“Het is een heftige baan, maar ook waanzinnig. Met Tata Steel is geen dag hetzelfde.”
Ze praat rustig, bedachtzaam, gewend om haar woorden te wegen.
“Formeel gaan wij niet over de vergunningen of handhaving. Dat ligt bij de provincie. Maar de license to operate van Tata is wel lokaal.
Zonder draagvlak in deze omgeving komt er geen steun vanuit Den Haag. Dat is onze invloed.”
Ze zegt het bijna terloops, maar het klinkt als een waarschuwing: steun is niet oneindig.
De lijn van de gemeenteraad is altijd ambivalent geweest. Niet lang geleden werden bijna unaniem moties vóór het behoud van de staalfabriek aangenomen. Handen af van de Hoogovens. De invloed van Tata reikte tot in de raadszaal; raadsleden van verschillende partijen werken er. Maar de laatste jaren wint het tegengeluid terrein, ook in het stadhuis van Beverwijk.
“Er is plek voor Tata, maar alleen als het schoner wordt. Vergroenen betekent niet: ruimte vrijmaken voor nieuwe vervuilers. We willen minder, niet méér.”
Tata klopt zichzelf op de borst met indrukwekkende percentages. Nieuwe filters, reparaties en andere maatregelen hebben het echt schoner gemaakt, klinkt vanuit het hoofdkantoor. Maar Klaassen ziet die vooruitgang nog niet.
“Er is veel kennis bijgekomen sinds de grafietregens, maar in de metingen zie ik geen glansrijke verbetering. Dat stelt teleur.”
“Zolang een fabriek haar installaties niet vernieuwt, hoeft ze niet aan de nieuwste milieueisen te voldoen. De wet kijkt naar wat toen bij de oprichting van de fabriek de ‘best beschikbare techniek’ was. Wie twintig jaar niets vervangt, mag dus twintig jaar oude normen blijven gebruiken.
Zo blijft de techniek van gisteren gewoon legaal.”
“Dan is er nog het Aagtenpark,” zegt ze. Haar stem zakt.
Onder het bedrieglijk groene uiterlijk van het park op loopafstand van een nieuwbouwwijk ligt een oude vuilnisbelt, opgehoogd met staalslak, afvalmateriaal van Tata. Diep daaronder bevindt zich een enorme benzeenbel die met het grondwater langzaam maar zeker richting de woonwijk Broekpolder beweegt en daar aan de oppervlakte dreigt te komen.
Benzeen is kankerverwekkend.
Na onthullingen van het Noordhollands Dagblad en toenemende politieke druk werkt de gemeente nu aan een miljoenen euro’s kostend saneringsplan: drainage, afvoer, zuivering.
“We hopen binnenkort geld te krijgen om dat echt aan te pakken.”
Het gebruik van staalslak is inmiddels landelijk grotendeels verboden. Beverwijk was de eerste gemeente die het spul in de ban deed.
“Het is een product van Tata,” zegt ze, “dus ook hun verantwoordelijkheid dat het veilig te gebruiken is. Totdat dit zo is, gebruiken we het niet meer.”
Wanneer we het gesprek afronden, ontspant ze zichtbaar.
“Mijn grootste zorg? Dat er geen Haagse maatwerkafspraken komen, en het bedrijf gewoon doorgaat zoals altijd.”
Ze kijkt op, haar woorden weer zorgvuldig afgewogen en beslist.
“Dit is het moment.
Als Tata de groene plannen waarmaakt, is er plek voor het bedrijf. Zo niet — dan is het klaar. Dan is die license to operate weg.”