Kelly Uiterwijk






Het begon met de kat van een vriendin.
Ina woonde in Wijk aan Zee, op een paar kilometer van de fabriek. Op een dag belde ze: haar kat was thuisgekomen met een laag glinsterend stof op zijn vacht. Toen Kelly Uiterwijk ging kijken, zag ze dat niet alleen die kat, maar het hele dorp een zilverachtige waas droeg. Met de eerstvolgende regenbui was het weg.
Maar de vraag bleef waar het vandaan kwam.

Het bleken de grafietregens te zijn: 
metaaldeeltjes uit de fabriek, zichtbaar neergedaald over tuinen en speelplaatsen.
“Dat was het moment dat ik dacht: dit klopt niet. Dit ademen wij in.”
Vanaf dat moment zat ze er middenin.

Als fractievoorzitter van de lokale partij Vrij! in Beverwijk — en later als Statenlid in Noord-Holland — probeert ze één ding centraal te krijgen: gezondheid. Niet als bijzin naast economie of klimaat, maar als hoofdzorg voor de inwoners die letterlijk onder de rook leven.

“Het Tata-dossier is van het kastje naar de muur en weer terug,” zegt ze. “De gemeente mag adviseren, de provincie toetst aan regels, het Rijk maakt afspraken onder geheimhouding. En intussen ademen mensen die lucht in.”
Ze woont zelf op een paar kilometer van het terrein. Op haar witte balkon veegt ze regelmatig een zwarte waas weg. Op dagen dat de wind verkeerd staat hangt er een geur van zwavel en metaal.
In de raadszaal werd gezondheid lange tijd nauwelijks benoemd. Het ging over werkgelegenheid, over CO₂, over stikstof — maar niet over de stoffen die neerdalen in woonwijken. Het kostte jaren om dat te verschuiven.

“We moesten het er steeds opnieuw in brengen.”



Langzaam kwam er beweging. De gemeente gebruikt vaker haar adviesrecht bij vergunningen. In de provincie ziet ze hoe aanvragen worden getoetst aan wettelijke normen. En daar wringt het.
“Een fabriek uit de jaren zestig wordt nog steeds getoetst aan de regels van toen. Als Tata zegt dat iets technisch niet kan, dan hóeven ze dat ook niet.”

Kooksfabriek 2 is het symbool van dat systeem: verouderd, lekkende ovendeuren, hoge uitstoot van kankerverwekkende stoffen — en toch niet verplicht te sluiten. Tata belooft sluiting in 2029, in het kader van Groen Staal.
“Maar we horen nu alweer 2032.
Het is elke keer een jaartje erbij.”

De grote besluiten vallen niet in Beverwijk of Haarlem, maar in Den Haag.
“Wij krijgen de uitkomst, niet het gesprek.”

Dat gevoel van afstand wordt in 2022 concreet, wanneer een GGD-rapport verschijnt. In de eerste versie wordt Tata Steel expliciet genoemd als factor in de gezondheidssituatie rond de fabriek. In de definitieve versie is de naam verdwenen. Alleen ‘basismetaalindustrie’ blijft over.
Uiterwijk stelt vragen in de raad. De wethouder zegt zich de eerdere bespreking van het rapport niet te herinneren. Uit opgevraagde documenten blijkt dat hij daar wel bij aanwezig was geweest. Na een schorsing treedt hij diezelfde avond af.

“Dat moment ging niet alleen over Tata,” zegt ze. “Dat ging over vertrouwen. Over onszelf.”
Het interne onderzoek levert geen duidelijke verklaring op. Wie de passages had verwijderd en waarom, blijft onduidelijk. Voor haar is het een bevestiging van een bredere kwetsbaarheid: als zelfs een gezondheidsrapport onderwerp wordt van twijfel, wat betekent dat dan voor het vertrouwen van inwoners?

Sindsdien ziet ze hetzelfde patroon terug. Onderzoeken onder geheimhouding. Juridische bezwaren die jaren duren. Boetes die worden aangevochten. In de rechtszaal wordt elke maatregel bestreden; in communicatie wordt benadrukt dat men een goede buur wil zijn.
“We worden gegijzeld door wet- en regelgeving,” zegt ze. “Je wilt dat er iets verbetert, maar er is bijna geen knop waar je aan kunt draaien.”
Ondertussen verschuift het sentiment in de regio. Waar kritiek tien jaar geleden nog breed werd afgewezen, groeit nu de twijfel. Tegelijkertijd is de vermoeidheid groot.



“Mensen weten dat het ongezond is. Ze hebben de rapporten gezien. Maar ze zijn murw. 
Ze denken: er gebeurt tóch niks.”
Ze gelooft dat verandering mogelijk is, maar niet vanzelf. De overheid moet de kaders aanscherpen, zegt ze, want bedrijven opereren binnen wat mag.
“Als je aan de wet kunt voldoen en toch een gevaar bent voor de gezondheid, dan klopt de wet niet.”

Even is het stil.

“Het zou zo simpel kunnen zijn. Gezond produceren, daar heeft iedereen belang bij — werknemers, omwonenden, het bedrijf zelf.”
Ze glimlacht kort.
“Soms moet je vieren dat er kleine stappen worden gezet. Maar op die grote doorbraak wacht ik nog steeds.”




Home