Jan Berghuis


Hij kwam als machinebankwerker binnen en vertrok als ondernemingsraadslid en vakbondsman. De massale staking van ’73 — met de historische kreet: “Geen procenten maar centen” — vormt zijn beginpunt.
“Een legendarische staking — fel, werknemers tegen de baas. Daar ben ik vakbondsmatig van aangegaan.”
Vanaf dat moment kijkt Jan naar Tata Steel Nederland — toen nog Koninklijke Hoogovens — door twee brillen: het werk zelf en het werk achter het werk — veiligheid, gezondheid, reorganisaties.


Zijn loopbaan is die van de klassieke Hoogovens-werknemer: beginnen in de dagdienst, overstappen op ploegendienst als er kinderen komen, voor die dertig procent toeslag. Maar zijn echte talent ligt elders.

“Ik kan beter over techniek lullen dan het zelf doen,” zegt hij met een ruime, gulle lach.
In de ondernemingsraad begeleidt hij reorganisaties, sluit sociale plannen af en ziet hoe duizenden collega’s via vrijwillige regelingen vertrekken, zonder dat er een massale ontslaggolf ontstaat. Ook na zijn vertrek ging dat door. Automatisering, koerswijzigingen, staalcrises en altijd maar weer die bezuinigingen op het personeel. Het IJmuidense staalbedrijf had ooit 22.000 personeelsleden, dat zijn er nu nog zo’n 8.500.

Samen met zijn broer Roel, ook actief in de vakbond, vormde hij jarenlang een onafscheidelijk duo. De twee stonden bekend als de “Rode Berghuisjes” — mannen die met een megafoon voor het directiekantoor stonden om hun collega’s tot actie op te roepen. Binnen de FNV namen ze leidinggevende posities in, waarin ze zich hard maakten voor sociale rechtvaardigheid — binnen én buiten de fabriek.



Oxystaalfabriek 2, Tata Steel IJmuiden







Hun vakbondswerk bleef nooit beperkt tot het terrein. In de jaren tachtig zetten ze zich binnen de bond openlijk af tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika — een standpunt dat ze met overtuiging naar voren brachten in vergaderingen en pamfletten.

“Het ging niet alleen om ónze rechten,” zegt Jan, “maar om solidariteit met wie het minder had.”
Dat gevoel van maatschappelijke verantwoordelijkheid draagt hij nog altijd mee. Ook nu zet hij zich in voor de opvang van asielzoekers in de regio.
“Vroeger spraken we ons uit over wat er buiten de fabriek gebeurde,” zegt hij. “Dat mis ik nu wel eens bij de vakbonden.”
Hij gelooft in de vakbond als praktisch gereedschap. In zijn tijd kwamen verbeteringen op het gebied van veiligheid en gezondheid voor het personeel vaak tot stand door druk van binnenuit.
Tata Steel IJmuiden
Broers Roel & Jan Berghuis

Daarom wringt het dat er nooit echt een coalitie kwam tussen de werknemersvereniging en de gezondheidsbewegingen in Wijk aan Zee — groepen als Frisse Wind, Gezondheid op 1 en Punt nu.
“Ze zouden veel sterker staan als ze zich verenigen,” zegt Jan. 
“Niet ieder voor zich, maar samen — als één stem tegenover de directie. Alleen dan kun je echte verbeteringen afdwingen.”

Een gemiste kans, vindt hij, al ziet hij mogelijkheden dat het alsnog kan gebeuren.
Van de omschakeling naar groen staal is hij tegelijk overtuigd en bezorgd. De koers — weg van kookssteenkool, richting groene waterstof — ziet hij als onvermijdelijk, maar de uitvoering vindt hij precair.
“Er zijn te veel managers en te weinig ingenieurs. Het is een bureaucratische Angelsaksische tent geworden.”

En intussen ligt de bestuurlijke en financiële macht deels in Mumbai.
Zijn voorstel is helder: de gevraagde staatssteun verbinden aan zeggenschap.
“Als we miljarden investeren, horen daar staatsaandelen en een vetorecht bij.”

Sluiten van de fabriek noemt hij een ramp — economisch, sociaal, regionaal. De keten van technische bedrijven rond IJmuiden zou als dominostenen omvallen.



Nostalgie voelt hij nauwelijks; gemeenschapszin wel. Het oude coöperatieve werkgeverschap is dunner geworden, maar nog steeds voelbaar in de regio, in de kantinegesprekken waarmee hij altijd zijn werkdag begon.
Staal, kooksfabrieken, toekomstplannen, bezuinigingen: alles goed en wel, maar: 
“Je moet vertrekken vanuit mensen. Niet vanuit de vergaderzaal.”
Nu hij met pensioen is, zit hij in Zeester — een denktank van oud-directeuren, vakbondsbestuurders, wetenschappers en technische experts die samen nadenken over een toekomstbestendig staalcomplex in IJmuiden. Een groot succes is dat het groenstaalplan van Zeester door de fabriek is omarmd als het enige toekomstperspectief.
Hij doet nog klussen met een begin en een eind, maar volgt alles op de voet.

“Er is zoveel wantrouwen,” zegt hij. “Maar ergens moet dat weer samenkomen.”
Hij glimlacht kort.

“Misschien begint het gewoon bij een gesprek — of bij iemand die nog luistert.”