Friso Bos




“Bestuurders zijn van teflon. Als het even kan, kijken ze weg.”
Friso Bos, journalist bij het Noordhollands Dagblad, staat midden in het veld waar politiek, industrie en volksgezondheid elkaar kruisen. Aanleiding: de omstreden toepassing van staalslak in dijken, wegen en bouwprojecten — een ‘bijproduct’ van Tata Steel dat in contact met water kan uitlogen en zo de pH omhoogjaagt en zware metalen vrijlaat.




Wat begint als technisch jargon, ontrafelt Bos tot een verhaal over verantwoordelijkheid, informatie-asymmetrie en de prijs van wegkijken.
“Je ziet dat de lobby vanuit bedrijven richting politiek heel sterk is.
Als er een kritisch rapport komt, staat er zo een bus met juristen klaar om het te downplayen.”


Bos kwam het dossier op het spoor via bewoners en lokale bestuurders die al jaren aan de bel trokken. Het patroon werd snel zichtbaar: signalen van gezondheids- en milieurisico’s, bureaucratische mist en een juridisch grijs gebied waarin staalslak niet langer als afval, maar als bijproduct wordt geduid.
Daardoor kon het grootschalig worden toegepast — van dijklichamen tot speelpleinen — vaak met een keur aan certificaten die geruststelling suggereren, maar weinig zeggen over de praktijk.

“Er wordt al tien jaar gewaarschuwd,” zegt Bos. “Het probleem is: bestuurders zijn van teflon. Agenderen lukt zelden, tenzij je het vasthoudt en blijft terugkomen.”
Volgens Bos lag er bij aannemers een duidelijke financiële prikkel: staalslak kende een negatieve prijs — je kreeg er per kuub geld bij en de logistieke kosten werden geregeld. Zand moest je juist inkopen én vervoeren.

“Als je écht zand wil, en je doet genoeg moeite, dan vind je het,” zegt hij. “Maar die prikkel speelde overal mee.”
Het argument dat er destijds onvoldoende zand beschikbaar was, vindt hij op z’n minst aanvechtbaar.
Het wordt concreet bij een peilbuis naast een woonwijk. De benzeenwaarden stijgen sneller dan jarenlang door bestuurders werd voorspeld — van ‘honderden jaren’ naar decennia en nu: hier en nu.
De staalslak fungeert als pers: door het gewicht drukt het gif naar buiten. Regenwater is licht zuur; water met pH 10–11 is dat niet.

“Dat hier slak in het spel is, is zonneklaar,” zegt Bos.
Inspecties en rapporten bevestigen dat de huidige regels voor toepassing niet afdoende zijn om milieu en gezondheid te beschermen.


“RIVM en ILT zeggen: dit is niet genoeg om milieu en gezondheid te beschermen. Toch wordt er met een oud rechtsoordeel gezwaaid alsof het overal geldt.”
Cruciaal is dat rechtsoordeel dat ooit voor een specifieke situatie is afgegeven. In de praktijk wordt dat gebruikt alsof het een algemene vrijbrief is om staalslak breed toe te passen.
Vraagt Bos door bij toezichthouders, dan krijgt hij te horen dat het bevoegde gezag — vaak de gemeente — per project moet beoordelen. Ondertussen wijst de leverancier op datzelfde rechtsoordeel om gemeenten gerust te stellen.
Een juridische pingpong, met reële gevolgen in de bodem.

In de wijk groeit de onrust. Inwoners bundelen zich in appgroepen met honderden leden. De gemeente neemt de regie over de communicatie, organiseert informatieavonden, maar probeert soms vooral de onrust te framen als een media-effect.
“Nee,” zegt Bos, “de onrust komt doordat er een gifbel naar je woonwijk stroomt. Het is maar hoe je het framet.”
Toen hij bij een bijeenkomst foto’s wilde maken, werd hij bijna weggestuurd.
“Het gemeentehuis is openbare grond,” beet hij terug.
Journalistiek is hier geen bijzaak.


“Je ziet hoe belangrijk het staalbedrijf is voor de regio. Trots en werkgelegenheid maken soms blind voor de keerzijde.”
De rapportages, vragen in de Tweede Kamer en moties over meldingsplicht of zelfs een verbod op staalslak laten zien dat er momentum is. Tegelijkertijd ontstaan er telkens nieuwe productnamen — duomix, graustabiel — waarin delen staalslak worden verwerkt en die via certificering tóch op pleinen en speelplaatsen belanden.
“Je weet wat er in dit spul zit,” zegt Bos. “Dat moet je niet willen.”

Kaart van Investico uit 2025 met bekende locaties waar staalslak in Nederland is toegepast. Vierkanten markeren locaties waar milieuschade is vastgesteld.


Nieuwsuur bracht 115 locaties in kaart. Bos vermoedt dat het het topje van de ijsberg is. Tata Steel produceert jaarlijks zo’n 650.000 ton staalslak — al decennia lang.
“Waar is het allemaal gebleven?”
De enige die het precies weet, is de leverancier. Openbaarheid via Wob/Woo-verzoeken stokt; telefoons blijven onbeantwoord.
Misschien is hier politieke of juridische druk nodig.
Bos ziet bij Tata Steel in Nederland oprechte voornemens om te vergroenen, maar betwijfelt of de Nederlandse tak de hand aan het stuur heeft.
“Te afhankelijk van India,” denkt hij.
Jaren van onderhoudsachterstand wreken zich; installaties moeten 24/7 gemonitord worden om incidenten te voorkomen. Sturing vanuit Den Haag is beperkt: handhaven van normen is het voornaamste drukmiddel, want Tata is eigenaar van grond en installaties.
“Je hebt nauwelijks stuurmiddelen,” zegt hij.
Het maakt het vergroeningspad fragiel.


Bos won samen met Bart Vuijk en Oscar Spaans de journalistieke prijs — De Tegel — en kwam daarna bij Nieuwsuur. De reacties waren massaal.
Het is confronterend om te merken dat een tv-item soms méér impact lijkt te hebben dan maanden redactioneel graafwerk.
Maar hij blijft kalm:
“Ik vond het geweldig om te doen. En als ik het terugkijk, denk ik: houd je een beetje in, jongen. Dat hoort erbij.”
“Uiteindelijk dwingt vasthoudende lokale journalistiek de overheid om niet langer weg te kijken.”
Voor Bos draait het om meer dan één polder of dijk: hoe gaan we in Nederland om met afval dat via juridische routes als grondstof in onze leefomgeving belandt?
Zolang certificaten zwaarder wegen dan context en zolang rechtsoordelen breder worden uitgesmeerd dan bedoeld, is de kiem gelegd voor herhaling.
“Ik hoop dat vergroenen lukt en dat de regio weer trots kan zijn — óók voor de gezondheid van werknemers en bewoners.”
Maar eerst: in kaart brengen, stoppen waar het moet, en saneren waar het kan.
En blijven vragen: wie wist wat, wanneer — en wie draagt de verantwoordelijkheid?


Home