Ad van Wijk



Zonder zeggenschap geen transitie.

Ad van Wijk is geen buitenstaander. Hij adviseert overheden, tekent mee aan waterstofroutes en zat aan tafel bij plannen waar Tata Steel zich nu op beroept. Juist daarom is zijn toon nuchter. Geen slogans, geen beloften. Hij praat over schaal, kosten en eigendom — over wat een energiesysteem wel en niet kan dragen.



“Elektriciteit is regionaal,” zegt hij. “Moleculen kun je vervoeren.”

Dat onderscheid vormt de kern van zijn verhaal. Zon en wind zijn overvloedig beschikbaar, maar zelden daar waar de vraag is. In Nederland is ruimte schaars en duur, de bevolking dicht op elkaar. Elders — in Noord-Afrika of het Midden-Oosten — is dat anders. “Daar maak je elektriciteit voor anderhalve tot twee cent per kilowattuur. Hier betaal je het viervoudige.” Die energie wordt daar niet gebruikt. Daarom wordt ze omgezet in waterstof. Niet omdat dat efficiënt is, maar omdat het transport en opslag mogelijk maakt.

Waterstof is voor Van Wijk geen wondermiddel, maar logistiek. Een drager die goedkope energie wereldwijd verhandelbaar maakt. “Een pijpleiding vervoert tien keer zoveel energie als een kabel. Opslag in zoutcavernes is honderd keer goedkoper dan batterijen.” Zonder waterstof blijft de energietransitie lokaal, kwetsbaar en duur.



Dat geldt ook voor staalproductie.

Technisch ziet Van Wijk weinig barrières. Direct-reductie-installaties bestaan al decennia en draaien nu op aardgas. Ze zijn ontworpen om later op waterstof over te schakelen. “De technologie is er. Er is geen fundamentele doorbraak nodig.” Het probleem zit elders: in timing, kosten en prioriteit. Groene waterstof is schaars en duur. Daarom verdedigt hij een gefaseerd pad: eerst aardgas, dan waterstof. “Niet ideaal, maar je bouwt wel alvast de infrastructuur. Zonder die stap kun je nooit opschalen.”



KWR Water Research Institute, Nieuwegein.


Over Tata Steel is hij uitgesproken, maar niet ideologisch. Hij kent de plannen, werkte eraan mee, begrijpt de logica. Tegelijkertijd twijfelt hij aan de intentie. “Wij denken niet dat de prioriteit van Tata is om hier een schone fabriek neer te zetten.” Terwijl in Nederland wordt onderhandeld over miljarden aan publieke steun, verrijst in India om de paar jaar een nieuwe staalfabriek. “Met geld dat hier wordt verdiend.” De Nederlandse locatie blijft achter met verouderde installaties en uitgesteld onderhoud.

Volgens Van Wijk is dat geen technisch probleem, maar een eigendomsvraag. “Als de overheid miljarden investeert, moet daar zeggenschap tegenover staan.” Zonder publieke controle dreigt een bekend patroon: investeringen worden gedaan, terwijl de kern elders blijft liggen.
“Je neemt anders vooral de vervuiling over.”


Toch ziet hij in IJmuiden meer dan een probleemgeval. 
De ligging is strategisch: directe toegang tot de Noordzee, een diepe zeehaven, bestaande infrastructuur. “Je kunt daar een geïntegreerde windindustrie bouwen: masten, fundaties, assemblage.” Warm staal kan direct worden verwerkt, zonder transport en herverhitting. Dat vraagt een ander type staal — dik plaatstaal — minder prestigieus in klassieke zin, maar cruciaal voor de energietransitie. “Zo verander je het verdienmodel.”

Dat vraagt om politieke keuzes. Europa is versnipperd, traag en risicomijdend. China ontwikkelt technologie en productie tegelijk; Europa perfectioneert eerst en concludeert dan dat het te duur is. “Dan ben je altijd te laat.”



Voor Tata Steel is zijn boodschap ongemakkelijk eenvoudig. Waterstof kan veel, maar geen gebrek aan zeggenschap compenseren. Zonder duidelijke publieke controle blijft de transitie afhankelijk van besluiten die elders worden genomen. “Als je het half doet,” zegt hij, “ben je je geld eerder kwijt dan wanneer je het goed doet.”

Home